Kenmerken van een leider

Zeker in de huidige veranderlijke tijd is er een sterke behoefte aan leiders. Niet omdat het overlegmodel niet goed meer is, maar de overlegpartners weten ook niet alles, of zijn het met elkaar oneens. Dan is het wel prettig dat iemand besluiten neemt, de richting duidt, voorop gaat lopen, kortom: dat er een leider opstaat. Niet voor niets staat 'leiderschap' in het TQM-model vooraan.

Anderen moeten die leider wel als zodanig accepteren wil hij enig effect hebben. Immers een leider zijn, vereist dat andere mensen uit vrije wil volgen. Wanneer wordt iemand door diens omgeving gekwalificeerd als ‘leider'? Ofwel, wanneer zijn mensen bereid achter iemand aan te lopen? De Britse Paul Bridle onderzocht dat, en ontdekte dat mensen iemand een leider vinden wanneer die aan vijf criteria voldoet:

1. Visie met passie. Een leider weet welk doel hij wil bereiken. De weg waarlangs hij dat doel bereikt, maakt hem niet zoveel uit. Dat betekent dat doodlopende wegen of creatieve methodes geen belemmering zijn. Belangrijk is zijn passie: dat stelt hem in staat om anderen te inspireren en te motiveren. Zowel om zijn visie te delen, als om mee te helpen die visie te bereiken.

2. Consistente waarden en normen. Een leider leeft wat zij gelooft, en is daar consistent in. Daardoor wordt zij gezien als een integer en betrouwbaar persoon. Dat hoeft overigens helemaal niet te betekenen dat iedereen haar aardig vindt, of het altijd met haar eens is! Wel zal een leider het aura van integriteit moeten verdienen: zij zal zich eerst een tijd als zodanig moeten gedragen.

3. Houden van mensen. Een leider is ervan overtuigd dat mensen er toe doen, en handelt naar die overtuiging. Leiders zijn dan ook goede communicators, vooral omdat ze goede luisteraars zijn. Maar ook slagen zij er in om de natuurlijke neiging van mensen om kritiek stil te houden te overwinnen. Heel belangrijk is ten slotte dat zij consequent personen en onderwerpen scheiden: de mening van iemand kan 'verkeerd' zijn, de persoon in principe niet.

4. Kampioenen kweken. Leiders leren graag en ze moedigen anderen aan om te leren. Dat leidt er trouwens toe dat een leider naar iemands sterktes zoekt, en veel minder gefocust is op het verminderen van de zwaktes van iemand. De leider stelt 'goede vragen' om de mensen om hem heen tot nadenken te zetten. Door dit gedrag is een leider de katalysator van het leerproces van de mensen om haar heen.

5. Overzicht in overalls. Een goede leider houdt het overzicht, maar tegelijkertijd is zij er 'op de werkvloer' om te helpen, te coachen, aan te moedigen. Zij slaagt er daarbij in om niet in de details te blijven hangen, maar weer verder te gaan zodra de mensen het weer zelf aan kunnen. Leiders zijn dus ook goed in écht delegeren: steeds een stapje terug doen, zodat anderen gaandeweg meer verantwoordelijkheden krijgen, zonder dat ze kunnen verdrinken. Dit delegeren vraagt tijd (tijd die per persoon verschillend is), en is heel wat anders dan het afschuiven dat vaak delegeren genoemd wordt.

De vijf criteria zijn hygiëne-factoren. Iemand wordt door zijn omgeving dus pas een leider genoemd als hij consequent demonstreert alle vijf criteria waar te maken.
Betekent dit dat leiders blijkbaar geboren worden, en niet 'gemaakt' kunnen worden? Dat valt in de praktijk mee: de basis van elk van de criteria is niet ingewikkeld. De meeste mensen die zichzelf (meer) tot leider  willen ontwikkelen, kunnen zich de eigenschappen eigen maken. Vooral een kwestie van zelfbewustzijn en gedisciplineerde zelfverandering.

Uit de vijf criteria wordt volgens Bridle overigens ook duidelijk dat een manager niet per definitie (misschien wel: per definitie niet) een leider is. Samengevat zit het verschil hierin: managers managen dingen, leiders leiden mensen.

Scroll to Top